welcome to this bird site, where all pictures are supplemented with facts 
just by getting outside, you let nature in

Vogel in de kijker: Notenkraker




De notenkraker (Nucifraga caryocatactes) is een opvallende maar bij ons meestal moeilijk te vinden kraaiachtige, ongeveer zo groot als een gaai, met een donker chocoladebruin verenkleed dat bezaaid is met opvallende witte druppelvormige vlekken, een zwart-witte staart en een stevige, lange snavel waarmee hij zaden en noten kan loswrikken en openbreken; zijn normale verspreidingsgebied loopt van de bergbossen van Midden-Europa tot Scandinavië en diep in Rusland en Siberië, waarbij in onze contreien vooral twee vormen van belang zijn, namelijk de Midden-Europese diksnavelnotenkraker en de oostelijke of Siberische dunsnavelnotenkraker, die gemiddeld een langere en slankere snavel heeft en juist die laatste vorm tijdens invasiejaren zeer grote afstanden westwaarts kan afleggen. In België is de notenkraker overigens niet uitsluitend een zeldzame invasiegast, want in de Ardennen behoort de Midden-Europese vorm tot de broedvogels, terwijl hij in Nederland normaal gesproken uiterst zeldzaam is en vooral tijdens uitzonderlijke invasies verschijnt.
Zijn naam verraadt meteen zijn grote specialiteit, want notenkrakers zijn ware experts in het verzamelen, vervoeren en verstoppen van energierijk voedsel, waarbij vooral zaden van verschillende dennensoorten en, afhankelijk van het gebied, ook hazelnoten een belangrijke rol spelen, tijdens de nazomer en herfst verzamelen ze enorme hoeveelheden zaden, vervoeren die vaak met behulp van een bijzondere keelzak en stoppen ze vervolgens op talloze verschillende plaatsen in de bodem, tussen wortels of onder mos, waarna ze maanden later zelfs onder sneeuw een verbazingwekkend groot deel van die voorraadplaatsen terugvinden, wat wijst op een uitzonderlijk goed ruimtelijk geheugen. Juist doordat een deel van die verborgen zaden nooit wordt teruggevonden, fungeert de notenkraker tegelijk als een onbedoelde bosbouwer die zaden over flinke afstanden verspreidt en zo bijdraagt aan de verjonging van naaldbossen, terwijl zijn vermogen om duizenden voedselplekjes te onthouden tot de spectaculairste voorbeelden van geheugen bij vogels behoort.
Dit najaar van 2026 is de soort extra interessant, omdat er vanuit Noord- en Oost-Europa een zeer opvallende trekbeweging op gang is gekomen die mogelijk kan uitgroeien tot de grootste invasie in onze regio in vele jaren, waarbij in Polen eind september op sommige plaatsen in amper één week al meer dan 1.500 trekkende notenkrakers werden geteld, in Finland grote aantallen onderweg waren en begin oktober ook in Nederland steeds meer vogels opdoken; Vogelbescherming Nederland meldde op 9 oktober al ongeveer dertig exemplaren, wat voor deze normaal uiterst zeldzame soort uitzonderlijk is, terwijl Sovon verwacht dat er de komende weken nog meer kunnen volgen en waarnemingen inmiddels aangeven dat de beweging zich via Scandinavië, Denemarken en Duitsland richting Nederland en België verplaatst. De belangrijkste motor achter zulke invasies is voedselschaarste in het normale leefgebied, vooral wanneer de zaadproductie van Siberische en noordelijke dennensoorten tegenvalt nadat eerdere voedselrijke jaren eerst voor een grotere populatie hebben gezorgd, waarna duizenden vogels noodgedwongen honderden of zelfs duizenden kilometers naar het westen kunnen trekken; er zijn dus sterke aanwijzingen dat Nederland en België dit najaar veel meer notenkrakers dan normaal kunnen krijgen, al blijft het op dit moment nog onzeker of de aantallen hier uiteindelijk werkelijk het niveau van een historische massale invasie zullen bereiken.
Een van de leukste aspecten van zo'n invasie is dat de aangekomen Siberische dunsnavelnotenkrakers vaak verrassend weinig schuw zijn, vermoedelijk omdat veel vogels uit dunbevolkte gebieden komen waar ze nauwelijks mensen tegenkomen, waardoor ze soms rustig op enkele meters afstand noten zoeken in parken, tuinen, bosranden en onder hazelaars en zo uitzonderlijk goed te bekijken en te fotograferen zijn; in 1968 vond de beroemdste Nederlandse invasie plaats, toen vanaf augustus zelfs duizenden notenkrakers opdoken en enkele vogels het daaropvolgende voorjaar in Nederland bleven broeden, terwijl kleinere invasies volgden in onder meer 1971, 1977, 1985, 1991 en 2008. Wie er dit najaar eentje wil zoeken, maakt daarom vooral kans in gebieden met hazelaars, dennen, parken, bosranden en voedselrijke loof- of gemengde bossen, waarbij het loont om te letten op een gaai-grote bruine vogel met witte spikkels, een opvallend krachtige vlucht en een rauwe, ratelende roep, want als de huidige trekbeweging zich verder doorzet, zou 2026 weleens het jaar kunnen worden waarin een vogel die veel Belgische en Nederlandse vogelaars nog nooit in het wild hebben gezien plots op verrassend veel plaatsen verschijnt.


 #NikonD850 #Tamron150-600G2 #Overpelt




 



 

 
 
 
E-mailen
Info
Instagram